Geruisloos is het verlopen, maar sinds enkele maanden is Uulke van Barneveld voorzitter van de Commissie Sporttechnische Zaken, een spilfunctie in de organisatie van Dindoa. Voor veel mensen is Uulke geen onbekende. Uulke is getrouwd met Laura van den Berg en vader van Lennart, Mirthe en ???. Die vraagtekentjes kunnen elke moment duidelijk worden, want Laura is rond de datum van deze nieuwsbrief uitgerekend. Een grootse korfbalcarrière als speler heeft hij nooit gehad, want voordat hij goed en wel in de senioren zat, was hij al trainer van selectiejeugdteams. Het coachen kreeg op zaterdag de voorkeur. Na een aantal jaren is hij scheidsrechter geworden en heeft tot op het hoogste niveau gefloten. In die tijd zag je hem nauwelijks op Dindoa; verre reizen op de zaterdag en ook de nodige (loop)trainingen door de week. Toen hij voor het blok kwam te staan dat hij nog meer tijd moest investeren in het fluiten, heeft hij de fluit aan de wilgen gehangen. Wat doe je dan met al die vrije tijd? Natuurlijk weer actief worden binnen Dindoa. Clubman Uulke ging het veld weer op als senior-trainer van de D1/D2. Toen Harald Groen er in het vroege voorjaar mee stopte, verliep de opvolging geruisloos: Uulke nam het stokje over. Tijd om eens te horen welke plannen Uulke met de CSZ heeft.


Toen ik bij Dindoa kwam in 2003 werkte je bij Depeche? En daarna?

Na Depeche ben ik bij de Witte Raaf gaan werken als vertegenwoordiger, maar dat bleek uiteindelijk niet echt mijn ding. Vervolgens heb ik een tijdje nagedacht over wat ik dan wel wilde en besloten weer de schoolbanken in te gaan: de lerarenopleiding. Ik kom uit een onderwijsfamilie, dus wellicht ben ik toch een beetje besmet. In elk geval heb ik geen spijt gehad van die keuze. Al snel in mijn studie kreeg ik een baan bij een VMBO-school in Barneveld, die sinds vijf jaar ‘De Meerwaarde’ heet en waar ruim 2000 leerlingen naar toe gaan. Naast mijn functie als leraar economie ben ik ook examensecretaris. Dat houdt in dat ik de hele procedure voor de examens coördineer.

Hoe ben je ooit bij Dindoa terecht gekomen?

Na mijn zwemdiploma mocht ik een sport kiezen. Vanwege problemen met knieën, werd voetbal afgeraden. Eerst zou het volleybal worden, maar op een of andere manier kwamen we bij korfbal terecht. Ik kom dus niet uit een korfbalfamilie, maar in de lichting samen met mensen als Peter van Marle, Marnix Jonker en Daniël de Bruijne ben ik aardig besmet geraakt met het korfbalvirus. Na 2 jaar senioren vond ik trainen geven zoveel leuker dan zelf spelen, dat ik ben gestopt met spelen en me helemaal heb gericht op het trainen en coachen van o.a. de C1, B1, A1 en het tweede. Met het A1 heb ik de promotie naar de hoofdklasse gehaald.

De laatste jaren kennen we je vooral als scheidsrechter. Wat is er zo leuk aan fluiten?

De spanning van een wedstrijd in volle sporthallen. Alles staat op scherp; het is een enorme uitdaging om zo’n hogedrukpan onder controle te houden. Het hoogtepunt was natuurlijk het fluiten van de A-finale in AHOY. Ik heb vijf jaar gefloten. Hoe hoger je komt, hoe groter de inspanning wordt die van je wordt gevraagd. Ik heb de hoofdklasse gehaald en ook diverse wedstrijden in de Korfballeague gefloten, maar nog een stap hoger bleek zoveel tijd te vragen dat het voor mij niet meer te combineren was met werk en gezin. De hele zaterdag, en soms ook de zondag, was ik op pad. Een andere reden om te stoppen waren de eindeloos durende gesprekken met beoordelaars over allerlei details. Er lopen nog wel wat beoordelaars rond, die zichzelf belangrijker vinden dan de wedstrijd en de scheidsrechter. Daar was ik op een gegeven moment gewoon klaar mee.

Inmiddels ben je voorzitter van CSZ. Wat zijn je belangrijkste doelstellingen met de CSZ?

Eigenlijk was ik helemaal niet van plan om voorzitter van de CSZ te worden, maar was ik, vooral samen met Saskia van den End, bezig met jeugdbeleid. Het opleiden van jeugd en jeugdtrainers vind ik eigenlijk het allerleukste om mee bezig te zijn en de bundel ‘Spelenderwijs leren’ die door PKC is ontwikkeld, gaf daaraan een nieuw impuls. Toen Harald vertrok, waren er verschillende mogelijkheden. Het optimale scenario, was een nieuwe voorzitter die helemaal op onze lijn zou zitten waarmee onze groep verbreed zou worden. Het zou echter ook kunnen dat het iemand zou zijn die de nieuwe lijn van trainen en opleiden helemaal niet zo zag zitten. Om dat scenario uit te sluiten heb ik uiteindelijk besloten het zelf te gaan doen.

Kun je wat meer vertellen over ‘Spelenderwijs leren’?

Deze methode gaat uit van ‘spelen’, niet droog oefenen, niet te veel techniek trainen, maar speloefeningen verzinnen waarbij ze automatisch vaardigheden ontwikkelen. John Jonker heeft dat heel succesvol geïntroduceerd bij de A1. Je kunt op die manier echt mensen beter maken en uitdagen. Het is ook leuker, omdat je bij zulke speloefeningen altijd uitgedaagd wordt om je tegenstander te slim/snel af te zijn.

Voor de jeugd zijn je ambities duidelijk: spelenderwijs leren en jeugdtrainers beter maken. Heb je ook voor de andere doelgroepen die onder de CSZ vallen (senioren) nog ambities?

Voor de selectie moeten we zaken goed regelen (trainers, coaches, verzorging, etc.), maar het niveau wordt uiteindelijk bepaald door de kwaliteit van onze jeugdopleiding. Ik wil wel proberen om spelers die we zelf opgeleid hebben, betrokken te houden bij de vereniging. Ook als ze ergens anders hogerop gaan spelen, wil ik graag contact met ze houden en op een of andere manier gebruik blijven maken van hun kennis en ervaring. Natuurlijk zou ik ze na een aantal jaar graag terug zien komen, zoals Kasper en Jonathan op dit moment in het eerste.

Voor de overige teams wil ik dat iedereen de mogelijkheid krijgt om twee keer per week te kunnen trainen, eventueel met meerdere teams gezamenlijk. Ook zorgen we er voor dat alle teams minimaal één keer per week in de eigen hal trainen en wil ik werken aan kwaliteitsverbetering van alle trainers, dus ook de trainers die lagere teams trainen geven.

Wil je aan het eind van dit gesprek nog wat kwijt?

Wat ik hoop is dat ik bij kan dragen aan een Dindoa waar meer over korfbal wordt gedacht en gepraat en waar mensen echt gezamenlijk verder willen komen. Ik ben daarom ook heel blij dat zoveel trainers de KT2 cursus hebben gedaan en dat een deel van de groep doorgaat met de KT3 cursus. Met een goed en gedreven kader, komt de club verder. Dat is niet iets voor dit jaar of volgend jaar, maar voor de komende tien jaar.

Leonard Osté