In de eerste helft van de wedstrijd kwamen beide partijen moeizaam tot scoren. De openingsscore kwam na vijf minuten van Anne Stoffelsen. De wind had op het open terrein van het nieuwe complex van Sparta vrij spel en dat vertaalde zich in schoten die van de korf afzwaaiden. De punten die werden gescoord kwamen voor het merendeel voort uit strafworpen. Na twintig minuten zette Sparta 3-1 op het scorebord gevolgd door een strafworp (4-1). Van Marle scoorde 4-2 met een stip die Doortje de Leeuw kreeg toegewezen. Een drie minuten later liep Sparta opnieuw weer uit (5-3). Bob van der Knaap verzilverde ruim vijf minuten voor rust een strafworp, omdat hij zelf onreglementair werd afgestopt. Weer nam Sparta afstand, maar De Leeuw zorgde met een schotje vlak bij de korf voor de ruststand van 6-4.